In deze agenda worden de bijzondere berichten aangekondigd. De reguliere diensten staan op de pagina Mensenwijdingsdienst. De volledige agenda is opgenomen in de pagina Gemeenteberichten.
Maandelijkse cursus over “Hoe kom je van Geest tot Stof en de 4 elementen?” met Jan Otter
Zaterdagen 10:00 – 12:30 uur (inloop 09:30 uur). 12 september 2026, 10 oktober, 21 november, 12 december, 16 januari 2027, 13 februari, 13 maart, 17 april, 15 mei en 12 juni
We zijn burgers van twee werelden van de aarde- en de geestelijke wereld. Je zou kunnen zeggen dat we als mens natuurwezen en geestwezen zijn.
Voor zover we alleen bij de natuurwezens in het zintuiglijke zouden horen, denken we misschien algauw aan ‘de vorst van deze aardewereld’, helemaal los van God. Maar in de aardewereld kennen we ook de vier (5?) elementen: water, vuur, (licht), lucht en aarde.
11
Als je deze elementen nader bekijkt, dan kun je ervaren hoe zij een brug vormen naar veel hogere geestelijke wezens.
In het kort gezegd: de aardewereld is doorweven met en van geestwezens.
In de zintuiglijke wereld of nog anders gezegd: ‘in de Vadergrond van al het Zijn’ rusten verborgen onzichtbare geestwezens.
Dus ook als we ons verdiepen in de elementen openbaart zich een verborgen geestelijke wereld. Zelfs een weefwerk van een hogere orde vol geestwezens.
In de Mensenwijdingsdienst horen we hierover in mysterietaal. Zoals over de Vadergod, de bestaansgrond van al het Zijn in het heelal en de Zoongod, de scheppende geest. De Vadergod voegt samen uit Zijn Wezensdelen de Mensheid in het bovenzinnelijke, dús in de Geest. Hij verwandelt die samenstelling daarna in een Ruimteordening, een Openbaring en een Tijdenloop.
Zijn Schepping gaat als van Geestwezen naar Stofwezen.
Hoe kom je van Geest naar Stof? Want stof is NIET-Geest, letterlijk de ontkenning. Elke oplossing blijkt puur wiskundig en natuurkundig te zijn en elke uitwerking van de Openbaring in de Tijd gaat over een toenemende verdichting. Plato heeft daar zijn hoofd over gebroken met zijn elementenleer en zijn vijf platonische lichamen.
En hoe kijken Einstein en later Steiner hier dan naar?